Recente klassieker: Rover Mini anno ’90er jaren

Mini_Balmoral3Waarom is het dat de klassieke Mini – want zo moeten we hem noemen sinds de recente geboorte van BMW’s kleinste – na 43 jaar nog steeds het leukste autootje denkbaar is? Het kan onmogelijk de bedoeling geweest zijn van z’n ontwerper, Sir Alec Issigonis, het wagentje een status van cult object aan te meten van bij het begin. Wat maakt de Mini zo bijzonder?

Het begon allemaal aan de vooravond van de Sixties met het idee een people’s car te bouwen. Het concept van de Mini was revolutionair door de combinatie van de geringe buitenafmetingen en het toch ruime interieur. Ook de dwarsgeplaatste motor vond je tot dan toe in geen enkele andere auto die en masse gebouwd zou worden. Vader, moeder, zoon, dochter en de hond: héél het gezin paste in de Mini en dat voor weinig geld. Sir Alec Issigonis en z’n team misten hun oorspronkelijke doel niet. Maar daar bleef het niet bij. Niet enkel de huisvader van enkele decennia terug kocht een Mini. Ook idolen zoals Ringo Starr, Paul McCartney, Peter Sellers, Twiggy en vele anderen waren graag gezien in hun Mini in het Londen van de zestiger jaren. Populaire go-kart Iedereen onder ons heeft vast wel één of andere herinnering aan de Mini. Voor velen was het misschien de eerste auto. Of misschien keek je indertijd op naar de Mini Coopers die veel duurdere en krachtigere wagens het nakijken gaven in autowedstrijden als de Monte Carlo Rally, de RAC Rally en de Tulpen Rally. Op het circuit moesten de Mustangs met hun brullende V8’s het onderspit delven tegen de wendbare en bijzonder baanvaste Mini’s. Het sportieve imago was een feit met de door John Cooper getunede Mini. Daar heeft de Mini nu nog een groot deel van z’n populariteit aan te danken.

Maar genoeg teruggeblikt nu. Het gaat hier tenslotte over een Recente Klassieker. Nochtans is het net door die nostalgie en interesse voor het verleden dat de verkoop van de Mini in de jaren negentig een nieuwe impuls krijgt. Het fin de siècle gevoel en het nakende millennium maken dat retro ìn is. Vooral op de Golden Sixties wordt met een verbloemende blik teruggekeken. Het lijkt me logisch dat de Mini daarin niet kon, niet mocht, ontbreken. De Mini, in z’n zo goed als onveranderde vorm, ís een stukje verleden. Opvallend is dat vooral jonge, succesvolle mensen – yuppies – hun weg vinden naar de dealer in de jaren negentig. In de grootsteden van Europa zijn zij het die een fashion statement neerzetten in de latere generatie van de klassieke Mini. Is het niet zo dat de Mini altijd al klasseloos geweest is in de zin dat het wagentje als geen ander zoveel verscheidene publieken en generaties kan bekoren? Denk aan de jongelui met het kersverse rijbewijs in een Mini 1000, aan de twintigers in hun jaren negentig Mini, aan de Mini als tweede wagen, als hobbywagen, als klassieker, als racewagen, als autootje voor opa, als… moet ik nog doorgaan?

Mini Cooper anno ’90-er jarenIn de tweede helft van de jaren negentig liggen de prijzen nochtans schandalig hoog. Je betaalde al gauw zo’n 500.000 frank (ah, waar is de tijd van de franken?) voor een nieuwe Mini waarvan de bouwkwaliteit alles behalve was. Het spuitwerk was vaak ondermaats (of onderaan op bepaalde plekken niet eens aanwezig, echt waar!), rubbers vertoonden al snel scheurtjes, chroom al snel puntjes en de roestduivel viel zonder medelijden na een jaartje of drie, vier aan. Terwijl andere wagens van die tijd goed zijn voor een twee- à driehonderdduizend kilometer, kon het oude A-serie blok nog altijd maar een goeie honderdduizend kilometer aan. Toch is de Mini ook in de jaren negentig immens populair. En dat mag je ondanks alles niet verbazen… natuurlijk niet. Geen verzuchtingen over kleine details, het kan niet anders of de Mini is populair: het is bovenal een driver’s car!

Toen de Rover Group eind jaren tachtig de Mini in handen kreeg, begreep het al snel dat een come back van een Cooper versie – die inmiddels enkele jaren verdwenen was uit het gamma – zou aanslaan bij het publiek. Rover Special Production, of kortweg RSP, ontwikkelde voor de thuismarkt een Cooper met een 1275 cc versie van de A-serie, gevoed door een enkele carburator. En ja, het vermoeden dat Rover had, klopte: er was wel degelijk markt voor een nieuwe Cooper. De Cooper versie werd in ’90 opgenomen in het gewone Rover gamma. De motor bleef nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van de RSP Cooper en werd dus ook dan gevoed door een carburator.

Mini Cooper ’90-er versus Rover Mini BalmoralOmdat de emissienormen steeds strenger werden, kwam Rover op de proppen met een katalysator en met een single point injectie vanaf de tweede helft van ’90. Dit maakt dat de carburator versie zeldzaam is. Voor bepaalde markten werden zowel de Coopers als de non-Coopers met het injectiesysteem uitgevoerd. In België lag het anders: hier moesten de non-Coopers het nog doen met de carburator. Pas van modeljaar ’95 – en énkel ’95 trouwens – kregen ook de gewone Mini’s de single point injectie gemonteerd. Meteen erna, in ’96, kregen zowel Coopers als non-Coopers een multi point injectie voorgeschoteld door Rover, alsook meer ingrijpende veranderingen zoals het verplaatsen van de radiator van de zijkant van de motorruimte naar vooraan (!). 1996 zag zelfs de introductie van airbags in de Mini.

Rover Mini, de Balmoral serieDe andere Mini die u op de foto’s ziet, is een Balmoral Edition. Deze Mini is een zogenaamde Limited of Special Edition, een marketing truuk waarbij de gewone versie van de Mini in een luxueus en trendy jasje werd gestoken. Zo kwam er voor de Balmoral Edition een speciaal ontworpen binnenbekleding en een elektrisch vouwdak bij. Ook de velgen in Minilite stijl, zoals je ze vindt op de Coopers, behoorden tot de uitrusting. Van de Balmoral Edition zijn er naar verluid zo’n 1000 exemplaren geproduceerd. De Balmoral Edition is niet te verwarren met de British Open Classic die je veel frequenter tegenkomt met z’n beige fluwelen interieur en vouwdak. De Mini op de foto’s werd gebouwd in december ’95. Het is dus één van de zeldzame non-Coopers met single point injectie en met de radiator nog langs de zijkant!

Waarom kiezen voor een Mini? Ik hoor dingen vallen zoals het kart gevoel, het (Brits) karakter, leuk, lief, handig om te parkeren en meer van dat. Iedereen is het roerend eens dat een Mini een way of life is. Mini: spontaan verschijnt een glimlach op het gezicht van de bestuurder.

© OVAT – tekst en foto’s Jeroen Thys – januari 2003

2 gedachten over “Recente klassieker: Rover Mini anno ’90er jaren

  1. Van Helsuwé Peter

    1994 : Rover Mini Cooper Monte Carlo LE : aangekocht door mij in mei 1994, met SPI motor standaard van 63pk.
    In totaal zijn er 200 exemplaren van gebouwd, voor de hele wereld (waarvan 80 ex. in het zwart (allen RHD, only UK). De rest was in het rood (80 ex. RHD, voor UK & Japan). Van de Rover MCMC LE zijn slechts 40 exemplaren voor het vasteland gemaakt (LHD)
    1994 : Rover Mini 35 LE : standaard met SPI motor geleverd in 1994.
    1996 : Rover Mini Cooper 35 Anniversary Edition LE : nog steeds met SPI motor in, ook nieuw aangekocht toen… gelimiteerde versie van 200 exemplaren, waarvan er 5 met een Cooper S motor gebouwd zijn…

    Voor de rest, een heel leuk artikel …

  2. Van Helsuwé Peter

    Prijs van mijn Rover Mini Monte Carlo Le, in 1994, was 399995 BF (dus nog geen 10000€) 😉
    Mijn laatste Classic Mini Cooper, die ik in 1999 nieuw gekocht heb, een MINI MINI 40 LE, daarvoor heb ik toen 450.000,-BF betaald (ong. 11250€).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

+ 18 = 21