Rijden op een Zilveren Wolk – Rolls-Royce

de Spirit of Ecstacy
Rolls-Royce is ontstaan uit een samenwerkingsverband tussen twee Engelse heren. Henry Royce was de stille, teruggetrokken technicus voor wie het beste nog niet goed genoeg was. Een veeleisende harde werker, we zouden nu zeggen, een workaholic. Royce was uiterst ontevreden over zijn (Franse) Decauville. Hij ontmantelde zijn wagentje en bouwde het zelf opnieuw op volgens zijn eigen kwaliteitseisen. Charles Rolls was een rijke aristocraat, een bon-vivant die zich amuseerde met sportieve uitdagingen zoals vliegen en autoracen. Ook Rolls was niet erg gelukkig met de (Franse) auto’s die hij bereed. Tot hij Royces producten leerde kennen. Rolls’ zakeninstinct leidde naar een partnership in 1904-1905. Royce zorgde voor de autobouw en Rolls voor de verkoop. Hier waren Rolls’ relaties in de high-society en de beau-monde perfecte troefkaarten.
Hun allereerste auto’s waren tweecilinders, compact van opbouw hadden nog niet de typische grille als het front van een Griekse tempel. In 1907 bouwden ze een elegante, langgerekte wagen die daardoor zeer stabiel reed. De hoge bouwkwaliteit met de beperkte tolerantienormen maakte dat die auto’s erg stil reden. Onhoorbaar als een geest. Het fabrieksexemplaar was zilver gespoten, dus werd de naam Silver Ghost. Zo ontstond een traditie van namen met Silver gevolgd door iets ongrijpbaars: Silver Wraith, Silver Dawn, Silver Cloud, Silver Shadow, Silver Spirit, Silver Spur, Silver Seraph… Zilverloze namen zijn er ook: Phantom, Camargue,… Nu onlangs, sinds BMW eigenaar is van RR, is hun nieuwste Duitse Rolls-Royce weer eenvoudig aangeduid met Phantom, zonder zilver.
Van maatwerk naar seriewerk
Zoals gebruikelijk in de eerste helft van de twintigste eeuw verkochten edelmerken hun auto’s als rolling chassis. De gefortuneerde klanten lieten bij een liefst gerenommeerd carrosseriebedrijf een koetswerk op maat maken. Deze dure werkwijze bracht tijdens de crisis van de dertiger jaren veel edelmerken in moeilijkheden. Sommige gingen over kop en verdwenen. Rolls-Royce overleeft door een kleiner, of beter gezegd minder groot, model aan te bieden: de Twenty.
Wereldoorlog II gaf economisch een nieuwe opdoffer. Voor de eerste naoorlogse Rolls-Royce, de Silver Dawn, werd voor het eerst een standaard fabriekscarrosserie aangeboden. Ook voor de sociale bovenlaag moest het betaalbaar zijn. Omdat de fabriek niet de nodige infrastructuur had, werd het maken van de carrosserieën uitbesteed aan Pressed Steel. Dit was een bedrijf gespecialiseerd in het persen van staalplaat, zoals de naam suggereert, en het maken van carrosserieën voor andere automerken, in kleine oplagen zoals een voorserie van een nieuw model of voor de totale productie zoals voor de Silver Dawn. Hierdoor en door de slechte kwaliteit van het naoorlogse staal zijn deze wagens roesters en dat voor RR! De Silver Dawn kon nog wel als rolling chassis besteld worden, maar slechts een minderheid van de klanten deed dat. De nieuwe toon was gezet!
Silver Cloud
In 1955 verschijnt de opvolger, de Silver Cloud, nog altijd op een separaat chassis en dat in een tijd dat de meeste autoconstructeurs zelfdragende carrosserieën bouwden. Pas vanaf 1965 zal RR deze bouwtechniek toepassen met de Silver Shadow. De ponton-stijl deed zijn intrede met tien jaar vertraging. Toch zijn de achterspatborden nog wel prominent getekend, terwijl de carrosserieplooien heel flauw voorschermen suggereren die in de portieren doorlopen tot aan de achterschermen. Van de Silver Cloud zijn er weinig als rolling chassis verkocht. De meeste klanten waren tevreden met het standaard aanbod. Voor speciale koetsen zoals bv. staatsiewagens voor staatshoofden, liet men een Phantom (IV, V tot VI) bouwen.
Rolls-Royce is groot geworden door voor alles kwaliteit hoog in het vaandel te voeren. Vernieuwingen werden en worden pas ingevoerd als ze hun deugdelijkheid hebben bewezen. Zo had de Silver Cloud nog ouderwetse zijkleppen in haar zescilinder motorblok. Te bedenken dat Citroën in datzelfde 1955 de hydropneumatische vering introduceerde in haar DS. Wat een ellende voor de Citroënklanten met bijna gegarandeerde pannes. Wat een ellende voor Citroën met de ellenlange garantieclaims. Wat een zegen voor RR door te kiezen voor bewezen degelijkheid. Toch staat RR niet afkerig t.o.v. vooruitgang. In de Silver Cloud werd de automatische versnellingsbak veralgemeend, stuurservo en airconditioning als optie aangeboden. Welke, zelfs progressieve, merken gingen zo ver? De automatische versnellingsbak was een verbeterde versie van General Motors Hydramatic.
De goede, oude zescilinder heeft een inhoud van 4887 cc. Met een boring van 95 mm en een slag van 114 mm is het een typische langeslagmotor: heel soepel om mee te rijden. Heel traditioneel weigerde de fabriek om het motorvermogen mee te delen. Een Rolls-Royce wordt statig bereden. Sportieve hardrijderij is crapuleus, is not done. En wanneer een arrogante of assertieve nitwit bleef zeuren over welk vermogen geleverd werd, kreeg hij steevast te horen: “Voldoende”. Hoe stoïcijns, flegmatiek, adellijk is deze houding toch! Wij betreuren dan ook dat onder het mom van klant is koning,van de moderne Rolls-Royces dat vermogen wel bekend gemaakt wordt. Die klant is koning-mentaliteit stoort ons: het is een voorrecht om Rolls-Royce te mogen rijden.
Traditioneel betekent niet ter plaatse blijven trappelen. De zescilinder is gebouwd van 1955 tot 1959 in wat later de Silver Cloud I werd genoemd. In 1959 introduceert RR een moderne V8 met iets meer inhoud: 6230 cc, de Silver Cloud II. Stuurservo werd standaard. Van 1962 tot 1966 was er de Silver Cloud III, uiterlijk herkenbaar aan de dubbele koplampen. De motorkap was een fractie lager en de motor een 8% krachtiger. De prestaties gingen er licht op vooruit. Tegelijk was er iets interieurruimte gewonnen door de zetels te hertekenen. Want dit was wel een foutje: gelet de imposante buitenmaten viel de interieurruimte wat tegen.
Nog een paar tegenstellingen om de spanning behoudsgezindheid-vooruitgang te illustreren. Alle Silver Clouds hebben een onafhankelijk geveerde vooras, maar de starre achteras rust op half-elliptische bladveren. Ze hebben enkel trommelremmen, de voorste zijn hydraulisch bediend, maar de achterste, je weet maar nooit, zijn dubbel mechanisch en hydraulisch bediend. De zescilinder heeft een gietijzeren blok in een F-configuratie: kopkleppen voor de inlaat, zijkleppen voor de uitlaat, maar is wel 7-maal gelagerd. De V8 is helemaal uit lichtmetaal met hydraulisch bediende zelfregelende kopkleppen. Die V8 is slechts 5-maal gelagerd. De bandenmaat is een indrukwekkende 820 x 15.
Ervaring
Veel zogenaamde oldtimerliefhebbers zweren bij (open) sportwagens als het enige begerenswaardige. Berlines bestempelen ze neerbuigend als oninteressante vierkante dozen. Misschien dat een Silver Shadow een beetje een vierkante doos is, maar toch niet een Silver Cloud! Akkoord, de wagen is erg groot, erg lang, erg breed, erg zwaar. Ook de lijnvoering kan je zwaar noemen, maar dat betekent hier niet lomp, doch prestigieus, majestueus en elegant. Bewonder maar de golvende lijnvoering van voor- en achtervleugels, van het kofferdeksel, enz. Bewonder hoe in het kleine ventilatieraampje van de achterportieren een elegant knikje zit. Zeven jaar later, in 1962, zal BMW in haar Neue Klasse een gelijkaardige knik in haar achter-zijruiten introduceren, de zgn. Hoffmeister-knik. Sindsdien wordt op alle nieuwe BMW’s dit stijlkenmerk overgenomen en denken BMW-rijders dat dit een typisch BMW-kenmerk is. U weet nu beter: geïnspireerd door Rolls-Royce.
We stijgen naar binnen. Ja, u leest het goed: stijgen. Om in een sportwagen neer te kruipen, moet je acrobatische toeren uithalen die voor een vijftigplusser (leeftijdsklasse mag u aanpassen volgens uw wensen) niet evident zijn. In deze Rolls kun je heel makkelijk erin klimmen. Niet als in een bestelwagen, maar vergelijkbaar met de huidige generatie ruimtewagens. U kunt genieten van een vrij panoramisch zicht over de andere weggebruikers en u kijkt neer over al die lage sportwagens. Dit laatste moet u letterlijk nemen en zeker niet in de figuurlijke zin. Echte adel kijkt niet neer en Rolls-Royce is echte adel. Het neerkijken op medeweggebruikers, wat zich uit in assertief of agressief rijgedrag, is eigen aan yuppierijders, dikwijls in BMW’s (met excuses aan clubleden-BMW-rijders). Weeral en waarom is er die ambigue verhouding tussen Rolls-Royce en BMW?
Binnenin valt op dat de interieurruimte voldoende is, meer niet. De verhouding binnenafmetingen – buitenafmetingen is niet gunstig. Maar de leren clubfauteuils zitten heerlijk. Achterin zit je met je hoofd ter hoogte van de C-stijl. Je kunt niet loodrecht naar buiten kijken. Die C-stijl is binnenin voorzien van een fraai spiegeltje en stemmige binnenverlichting. Van buiten gezien zijn de inzittenden achter discreet verstopt zonder gebruik te maken van donker glas.
Achter het stuur heeft u een prachtig zicht over het notenhouten dashboard met een uitgebreid, centraal geplaatst instrumentarium. De motorkap lijkt immens groot. Schijnbaar in de verte deint het beroemde beeldje, de Spirit of Ecstacy, op en neer terwijl de kilometers geruisarm onder de grote wielen wegmalen. Ja, een Rolls is stil. Dit moest vooral opvallen in de beginjaren toen de meeste auto’s zeer lawaaierig waren. Maar ook later was een van de gevleugelde uitspraken: “Het meeste lawaai komt van het tikken van het klokje”.
Hoe koninklijk zo een Rolls mag rijden, problemen zijn er ook. Bij filerijden bijvoorbeeld nader je de voorligger en zie je ineens zijn koffer niet meer, verstopt voor je motorkap. Hoe ver ben je er nog van verwijderd: nog enkele meter of zit je erop? Nog erger, achterwaarts inparkeren! De chauffeur ziet niets van de koffer, het is totaal blind rijden. Een Rolls is gemaakt voor de oprijlaan van een kasteel, een golfclub, een casino of een palace-hotel. Niet om in te parkeren op gemillimeterde ruimten in winkelstraten, warenhuisparkings of ondergrondse garages van moderne grootstadhotels, waar kleine wagens het al lastig hebben. Dan moet een bereidwillig iemand de chauffeur helpen en duidelijk maken hoeveel centimeter er overblijven.
De laatste?
De radiatorgrille wordt meteen herkend als RR.Tien jaar zijn lang in de autowereld. In 1955 was de Silver Cloud een reuzensprong vooruit t.o.v. de Silver Dawn. In 1965 was de Cloud zelf verouderd. De Silver Shadow kwam. De vooruitgang was vooral technisch: de zelfdragende carrosserie deed haar intrede en de vroegere carrosseriebouwers waren uitgeteld. De intussen ingekochte Mulliners en Park Ward konden nog instaan voor de bouw van de coupés, de cabriolets en de Phantom limousine. De Silver Shadow is iets minder groot vanbuiten, veel ruimer binnenin, heeft moderne rijeigenschappen, o.a. door onafhankelijke vering. Het is een Rolls die je zelf berijdt. Zelfs de welgestelden moesten het stellen met weinig of geen personeel. Dus geen chauffeur meer die je rondrijdt. En dat gebeurde nog wel in de Silver Cloud.
Dit allemaal verleidt veel mensen te beweren dat de Silver Cloud de laatste echte Rolls-Royce is. De Silver Shadow, de Silver Spirit en de Silver Seraph worden als te modern ervaren, sublieme auto’s dat wel, maar te modern. De grote vraag is of de huidige eigenaar BMW met haar nieuwe (is het nu een Duitse of toch nog een Engelse) Rolls-Royce Phantom zal lukken met moderne techniek te combineren met een vreemde stijlvermenging van traditie en futurisme.
Laten we de vraag of de Silver Cloud de laatste echte Rolls-Royce is ontwijken door te stellen dat die Silver Cloud een pracht van een echte Rolls-Royce is.
© OVAT – tekst en foto’s Peter Boux - augustus 2003








Recente feedback