Peugeot 203
Peugeot is een der oudste Franse automerken. In 1890 bouwden ze hun eerste wagen, korte tijd na de ontdekking van de auto door Carl Benz en Gottlieb Daimler in 1886. Nochtans, de familie Peugeot, een prominent industrieel geslacht, is al actief sinds 1810. Het productgamma is zeer uitgebreid: ook nu nog is Peugeot bekend voor o.a. fietsen, bromfietsen, pepermolens en ander huishoudgerief. Heel vlug hadden ze een ruim assortiment van kleine tot grote automobielen.
Vanaf 1928 introduceerde Peugeot met haar 201 een nieuw systeem van typeaanduiding: een getal met drie cijfers. Het eerste cijfer slaat op de modelklasse: een klein cijfer voor de lagere, en een groter cijfer voor de hogere klasse. Het tweede cijfer is altijd een nul. Peugeot heeft dit cijfersysteem gepatenteerd: geen enkel ander automerk mag een typeaanduiding gebruiken met drie cijfers en een nul in ‘t midden. Het derde cijfer geeft de generatie weer, vb. de 404 volgde de 403 op.
De vierkantige 201 van 1928 werd in 1938 opgevolgd door de sterk gestroomlijnde 202, die duidelijk geïnspireerd was op de Chrysler Airflow. De 202 was opvallend omdat de koplampen vlak naast elkaar achter de grille waren ingebouwd. Erg lang kon de 202 niet gebouwd worden: in 1940 brak de tweede wereldoorlog uit. De productie hervatte in 1946. Er werden toen al plannen gesmeed voor de opvolger, de 203. Die zal pas in 1948 verschijnen, terwijl de 202 in 1949 verdwijnt. Gedurende een overlappingstijd worden voorganger en opvolger nog samen aangeboden. Peugeot zal dit later meer en gedurende langere periodes nog doen. Voorbeeld: de 203 is gebouwd tot 1960 terwijl de opvolger, de 403 in 1955 verscheen.
Peugeot 203 – neusDe 203 had in 1948 een moderne lijn, modieus maar niet te extravagant. Treeplanken waren al verdwenen bij de 202, net zoals bij de Citroën Traction Avant. Een volwaardige ponton-carrosserie (voorvleugels, portieren en achtervleugels in één recht vlak) was er nog niet. Dit zal pas met de 403 het geval zijn. De voor- en achtervleugels steken nog uit t.o.v. de portieren, maar met veel zachtere vormen dan de 202 of Traction. De achterkant heeft een fast-back lijn, wat modieus was vlak voor en na W.O. II. Vergelijk maar met een Volvo PV 444 en veel Amerikanen uit die periode. Alle portieren scharnieren rond de middenstijl zodat de voorportieren wat we nu “verkeerd” noemen openen. Dit was in 1948 vrij courant maar zal in de late vijftiger jaren als ouderwets ervaren worden.
De eerste exemplaren hebben een kleinere achterruit, geen driehoekige ventilatieruitjes in de voorportieren, een centraal geplaatst rechthoekig instrumentenbord en een stuur met vier fijne spaken. Richtingaanwijzers bestaan enkel uit uitklapbare pijlen vlak achter de achterportieren. Elk jaar zijn er wel kleine wijzigingen, maar vooral vanaf 1954 komt een sterk veranderde generatie. Grotere achterruit, ventilatieraampjes in de voorportieren, knipperlichten of pinkers Peugeot 203 – zijaanzicht voor en achter. Het regengootje dat vroeger van boven de portieren doorliep over de C – stijl richting kofferdeksel, buigt nu eerder af en volgt de lijn van het achterportier. Binnenin verhuizen de instrumenten naar een halve cirkelvormig cluster voor de bestuurder. Het stuurwiel krijgt twee dikke spaken.
Een merkwaardig detail is dat de draaias van de ruitenwissers vrij in het midden ligt zodat de wisserbladen in rust van elkaar weg naar buiten wijzen. Dat geeft een eigenaardige dans als ze in werking zijn bij regen.
Voor wie was de 203 bestemd ? Welke was de kopersdoelgroep ? Welstellende lieden (arbeiders of bedienden konden zich toen helemaal geen auto permitteren), hoger kader en vrije beroepen, eerder behoudsgezind met oog voor degelijkheid en betrouwbare techniek. Dit in tegenstelling tot de Citroënrijders: zij zochten een vooruitstrevende stijl en techniek, desnoods met meer risico qua betrouwbaarheid. Bijvoorbeeld, een Franse notaris reed Peugeot, een ingenieur reed Citroën. Die trend werd later verdergezet met de 403 en 404 in confrontatie met de D.S. Renault was niet echt een concurrent. Renault speelde in een lagere categorie met de 4 C.V. (1947 – 1961). En de tweeliter Frégate (1951 – 1960) speelde weer in een hogere categorie.Peugeot 203 – vooraanzicht
De Peugeot-wagens groeiden mee met de algemene welvaart en de koopkracht van haar publiek. Had de 202 nog een 1133 cc motor, dan groeide de 203 naar 1290 cc (een 1300 wordt er gewoonlijk afgerond). Later zal de 403 groeien naar 1468 cc (een 1500), de 404 naar 1618 cc (een 1600), de 504 naar 1796 en 1971 cc (een 1800 en 2000). Deze wagens groeiden mee met hetzelfde doelpubliek. Toch zal Peugeot die toename van grootte en cilinderinhoud vertalen in klassetoename, een upgrading, herkenbaar in het eerste cijfer. Volgt u de nummers maar: 201, 202, 203, 403, 404, 504, 505. In de golden sixties was er behoefte aan een kleine, een jonge serie. Het werd de 204 van 1965, terug een 1100. Die zal ook doorgroeien naar 304, 305, 306. Weer later is er opnieuw behoefte naar een kleinere serie: 104, 205, 206. U merkt dat de principieel logische nummering niet altijd consequent gevolgd wordt door Peugeot, afgezien van overgeslagen nummers. Heeft u ooit gehoord van een 303 of 606 ?
Peugeot 203 – keurende blikkenTerug naar onze 203. Peugeot heeft een lange traditie van verschillende carrosserievarianten te leveren. Vierdeursberline, break, coupé, cabriolet, de 203 werd in al deze varianten gebouwd. De coupé en de cabriolet zijn weinig geproduceerd. Ze waren toen en nu erg duur. In de eerste naoorlogse jaren was spaarzaamheid troef en was er weinig ruimte voor dergelijke frivoliteiten. Veel later zal Peugeot weer schitterende coupés en cabriolets bouwen, schoorvoetend met de 403, maar vooral met de 404 en 504. De 203 break had zin en was vrij succesrijk. Met een verlengde wielbasis werd de totale lengte 4,53 meter in plaats van de 4,35 meter van de berline. Ze bestond uit een sobere “commerciale” en een luxueuzere “familliale” met 7 zitplaatsen dankzij een derde bankje. Ruimtewagens bestaan blijkbaar al lang.
Over succesrijk gesproken: bouwseries eind 19de eeuw werden geproduceerd met enkele tientallen. Modellen in het begin van de 20ste eeuw werden enkele honderden keren gebouwd. De 201 (1929 – 1937) passeert voor het eerst de 100.000 met 142.309 gebouwde exemplaren. De 202 (1938 – 1949) haalde slechts 104.126 exemplaren omdat W.O.II spelbreker was. Maar de 203 maakte tussen 1948 en 1960 een reuzensprong tot 685.828 exemplaren. Latere modellen zullen het miljoen overschrijden. Maar dan spreken we al van de massamotorisatie.
© OVAT – tekst & foto’s Peter Boux – januari 2003





Ik heb een 203 A uit 1952 Wie heeft er voor mij een stalen schuifdak voor deze auto ,Heb je er 1? gaarne eerst maten doorgeven L X B